Ontzenuwen causaal verband tussen melding klokkenluider en benadeling voldoende?
Klokkenluiders zijn in de Europese en nationale wetgeving goed beschermd. Op grond van artikel 17eb van de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) wordt in bepaalde situaties vermoed dat de benadeling het gevolg is van de melding of openbaarmaking. Dat is het geval als een melder wordt benadeeld tijdens en na de behandeling van een melding bij de werkgever of verschillende andere (in dat artikel genoemde) organisaties, of na het openbaar maken van een vermoeden van een misstand. Maar hoe ver moet de werkgever dan gaan in het leveren van tegenbewijs? Daarover heeft de Hoge Raad zich onlangs uitgelaten (ECLI:NL:HR:2025:190).
Uitleg Hoge Raad
Samengevat overweegt de Hoge Raad het volgende. De wetgever heeft bedoeld dat tegenover dit wettelijk vermoeden de werkgever die de benadelende maatregel heeft genomen, moet aantonen dat de benadeling geen gevolg is van de melding. Oftewel, dat het causaal verband ontbreekt. Het is daarom aan de werkgever om aan te tonen dat de benadeling niet op grond van de melding, maar op andere gronden heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad stelt vast dat de bewijsregel uit artikel 17eb Wbk als volgt moet worden uitgelegd: voor de weerlegging van het wettelijk vermoeden kan de werkgever niet volstaan met het ontzenuwen van het vermoeden van causaal verband tussen melding en maatregel, maar moet de werkgever het tegendeel aantonen.
Toepassing in betreffende zaak
In de zaak die bij de Hoge Raad voorlag, overwoog de kantonrechter dat het aan de werkgever is om te bewijzen dat er geen causaal verband bestaat tussen de melding en het ontbindingsverzoek. Volgens de kantonrechter was de betreffende werkgever daarin geslaagd. Het hof overwoog kortgezegd dat de kantonrechter terecht oordeelde dat de werkgever het vermoeden van causaal verband heeft weerlegd. Volgens het hof is er geen causaal verband tussen de melding en de gestelde benadeling.
De Hoge Raad overweegt dat het hof daarmee kennelijk heeft geoordeeld dat de werkgever het vermoeden van causaal verband tussen de melding en het ontbindingsverzoek heeft weerlegd doordat hij heeft aangetoond dat het ontbindingsverzoek op andere gronden dan de melding heeft plaatsgevonden. Dit komt erop neer dat de werkgever niet heeft volstaan met het ontzenuwen van het vermoeden dat er een causaal verband bestaat tussen de melding en het ontbindingsverzoek, maar dat hij het tegendeel heeft aangetoond, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de werknemer.
De volledige uitspraak is hier te lezen. Heeft u vragen over de Wet bescherming klokkenluiders? Neem dan contact op met onze arbeidsrechtexperts op via 079-3631919 of info [at] vijverbergadvocaten [dot] nl.