Hoe openbaar zijn de adresgegevens van verkamerde woningen?

Bestuursrecht

Geschreven door: Lisa van Winden

In hoeverre moeten adresgegevens van verkamerde woningen openbaar worden gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob: nu vervangen door de Woo)? Deze vraag staat centraal in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 5 februari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:440). De zaak draait om een Wob-verzoek waarin om openbaarmaking werd verzocht van adresgegevens van verkamerde woningen en Bed & Breakfasts (B&B’s) in de gemeente Amsterdam. Het gaat vervolgens om de vraag of het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) openbaarmaking van deze adresgegevens heeft mogen weigeren op grond van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Achtergrond van de zaak

De verzoeker had op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van adresgegevens van verkamerde woningen en B&B’s. Het college besloot de adresgegevens van B&B’s deels openbaar te maken, maar weigerde de openbaarmaking van adresgegevens van verkamerde woningen. Volgens het college zou het verstrekken van deze gegevens een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van bewoners vormen.

De rechtbank Amsterdam volgt het college in deze redenering en oordeelt dat openbaarmaking van de adresgegevens van verkamerde woningen terecht was geweigerd. De openbaarmaking zou een te grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van bewoners vormen. Het verzoek om openbaarmaking van de adresgegevens van B&B’s werd door de rechtbank wel toegewezen. De verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling.

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling vernietigt het oordeel van de rechtbank en stelt de verzoeker in het gelijk. Volgens de Afdeling zijn de adresgegevens van verkamerde woningen niet direct te herleiden tot individuele bewoners. Bovendien worden dergelijke gegevens al in andere openbare bronnen gepubliceerd, zoals vergunningenregisters en overzichten op de website van stadsdelen. Nu deze informatie al openbaar beschikbaar is, kan het college zich niet langer beroepen op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en weegt het belang van openbaarheid zwaarder. De Afdeling concludeert dan ook dat het college de gegevens alsnog openbaar moet maken.

Opvallend in deze zaak is dat het lijkt alsof de gemeente een document moest produceren waarin de adresgegevens van verkamerde woningen te vinden zijn, nu verzoeker de betreffende gegevens ook online had kunnen raadplegen. Dit is opmerkelijk. De Wob heeft namelijk uitsluitend betrekking op bestaande documenten. Bestuursorganen zijn niet verplicht nieuwe documenten te creëren om te voldoen aan een Wob-verzoek. Dit geldt onder de Woo nog steeds.

Conclusie en tips

De uitspraak van de Afdeling bevestigt dat adresgegevens van verkamerde woningen in principe openbaar zijn, zolang ze niet direct te herleiden zijn tot individuele bewoners. Dit geldt ook als deze gegevens verspreid staan in bijvoorbeeld vergunningenregisters of andere openbare documenten. Een bestuursorgaan kan openbaarmaking dus niet weigeren op grond van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer als dezelfde gegevens al op een andere manier openbaar beschikbaar zijn.

Daarnaast is het belangrijk voor bestuursorganen om zich ervan bewust te zijn dat de Woo, net als de Wob, niet verplicht tot het produceren van nieuwe documenten. Dit betekent dat een verzoek alleen gaat over bestaande documenten. Een bestuursorgaan hoeft niet te voldoen aan een verzoek als dit zou betekenen dat nieuwe informatie gecreëerd moet worden.

Vragen over de Woo? Bel ons Woo-team (079-3631919).

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Karakter van een besluit: een AVV of toch een CBAS?

Bestuursrecht
Geschreven door: mr. Joram de Gans en mr. Roos Jeninga Is dit besluit een AVV of een CBAS? Bij die vraag kun je rekenen op moeilijke blikken. Het leerstuk van…

Het recht op rechtsbijstand bij bestuurlijke boetes

Bestuursrecht
Geschreven door: Lisa van Winden In hoeverre moet een belanghebbende bij een bestuurlijke boete worden gewezen op zijn recht op rechtsbijstand? Deze vraag staat centraal in de uitspraak van de…

Latere publicaties

Geen latere publicaties beschikbaar.